Geluid, Stemming en Omvang

Geluid is lucht die in trilling is gebracht. Dat kan op verschillende manieren, zoals: een aangeslagen trommelvel, een getokkelde gitaarsnaar, maar ook door trillende lippen of een trillend riet.

Als de trillingen regelmatig zijn dan horen we een specifieke toon (trompet), zijn de trillingen onregelmatig dan horen we geruis (kleine trom).
Bij een snelle trilling (hoge frequentie) horen we een hoge toon, bij een langzame trilling een lage toon. Bij een grote trilling horen we een luide toon, bij een kleine trilling een zachte.

Instrumenten kennen een bepaalde stemming (bijv. trompet in BES). Daarmee wordt aangegeven welke toon er werkelijk klinkt als een "C" geschreven staat. Bij die trompet is dat dus een "BES". We kennen in de HaFaBra wereld 4 stemmingen:

C fluit, hobo, trombone
piccolo (klinkt octaaf hoger dan genoteerd)
BES trompet, bugel, klarinet (in Bes), tuba (F-sleutel) (klinken lager dan genoteerd)
bariton (G-sleutel, klinkt octaaf extra lager dan genoteerd)
ES alt sax, alt klarinet, alt hoorn (klinken lager dan genoteerd)
es-klarinet, bugel, cornet (klinken hoger dan genoteerd)
bariton sax (klinkt 'n octaaf extra lager dan genoteerd)
F waldhoorn, althobo (klinken lager dan genoteerd)

De omvang van een instrument (de afstand tussen de laagst- en hoogst mogelijke toon) wordt soms bepaald door de kwaliteit van de muzikant en soms door de eigenschappen van het instrument.

Zorg dat je voor niveau A weet wat de stemming en omvang van je eigen instrument is.