Noten, notenbalk en sleutels

Noten worden genoteerd op een notenbalk. Deze bestaat uit 5 lijnen (de onderste noemen we de 1e). De notenbalk kan uitgebreid worden met "hulplijntjes".

Noten staan op of tussen de (hulp)lijnen.

De namen van de noten zijn: Do - Re - Mi - Fa - Sol - La - Si; of C - D - E - F - G - A - B.

Om de plaats van de noten op de notenbalk te bepalen gebruiken we: Sleutels. Daarvan zijn er 3!

sleutel01 De G-sleutel of Vioolsleutel: bepaalt de plaats van de "G" ("Sol") op de 2e lijn.

sleutel02 De F-sleutel of Bassleutel: bepaalt de plaats van de "F" ("Fa") op de 4e lijn.

sleutel03 De C-sleutel: bepaalt de plaats van de "C" ("Do") op een lijn. Alt sleutel = 3e lijn!

Erg hoge of lage noten (dus met veel hulplijntjes) kunnen voorkomen worden door octaveringen: